Machinebouwer en toeleverancier; een gespannen huwelijk

Overige

2019, 05 december

2 minuten lezen

ASML, Philips Medical en Lely. Het zijn enkele bekende voorbeelden van de ongeveer zevenhonderd industriële machinebouwers in Nederland. Deze doorgaans grote en internationaal opererende bedrijven maken producten die uiteenlopen van chipmachines, medische apparatuur en verpakkingsmachines tot melkrobots

Grote wederzijdse afhankelijkheid

Deze machinebouwers zijn daarbij sterk afhankelijk van hun toeleveranciers aan wie ze een groot deel van hun productie uitbesteden. ASML bijvoorbeeld besteedt meer dan 90 procent van zijn productie uit. De toeleveranciers zijn relatief klein en werken vaak lokaal.

Scherpe kostendiscussie

De afvlakkende conjunctuur, de hoge ICT-investeringen die toeleveranciers moeten doen om het hele productieproces verder te digitaliseren en de toenemende macht van de machinebouwers zetten de relatie onder druk. Uit gesprekken met ondernemers uit de industrie blijkt dat onderlinge verwachtingen tussen machinebouwer en toeleverancier meer uiteen gaan lopen, met scherpe discussies over kosten als gevolg.

 

Herdefiniëring van de rollen

Machinebouwers stellen dat ze te weinig meeprofiteren van afnemende productiekosten bij seriematige productie. Toeleveranciers willen op hun beurt eerder betaald krijgen voor de ontwerpkosten en niet pas wanneer ze – eventueel – mogen produceren. Onze aanbeveling is om deze kloof in verwachtingen te voorkomen door de rol van de toeleverancier en financiële verrekening door de machinebouwer duidelijker te omschrijven. Het is zaak dat de toeleverancier duidelijker voor ogen heeft wat zijn rol is in elke fase van het proces.

Continue verbeter-fase

Daarom voegt ABN AMBRO een extra fase toe aan het traditionele drietrapstraject van ‘ontwikkeling’, ‘productintroductie’ en ‘serieproductie’. Deze extra fase, die zij ‘continue verbetering’ noemen, ligt tussen de fases van productintroductie en serieproductie en betreft de periode dat een product telkens nog aangepast en verbeterd wordt. Deze fase vraagt bij zowel de machinebouwer als de toeleverancier om andere technische competenties, een andere organisatiestructuur, meer hoogwaardige ICT-systemen en meer directe financiering. Door nauwkeuriger de rollen van beide partijen in alle fases te definiëren, kunnen vervelende discussies over kosten en verrekening worden voorkomen.

Lees het rapport

Dit rapport is gepresenteerd door ABN AMRO in samenwerking met DBSC Consulting tijdens het event Nederland Maakt op 2 oktober 2019. Nederland Maakt werd georganiseerd door de Nevat, FPT-Vimag, FME, Fedet, VNMI en de Jaarbeurs.

Bron: ABN AMBRO (2019)

Meer nieuws

Tijdens de internationale conferentie ‘Data Driven Agrifood Future’ hebben diverse regionale, landelijke en internationale partijen de eerste stap gezet naar een wereldwijde samenwerking en een alliantie op het gebied van een data gedreven Agrifoodsector. Een initiatief van de provincie Noord-Brabant, samen met AgriFood Capital, FME, gemeente 's-Hertogenbosch en JADS-TU/e.

Lees verder

Een machine volledig installeren op afstand? Geen probleem! GMV-lid Kiremko is het gelukt om een nieuwe frietlijn met behulp van augmented reality opgestart te krijgen bij een klant in Marokko.

Lees verder
Leden
Nieuws

29/10/2020

2 minuten lezen

Klimaatplannen voor de levensmiddelenindustrie gepubliceerd

Donderdag 22 oktober zijn de Koplopersprogramma’s van de zes industriële clusters in ontvangst genomen door minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat. In deze programma’s presenteren de clusters hun plannen om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen. Binnen het zesde cluster zijn ook de plannen van de levensmiddelenindustrie opgenomen die naar 2030 toe 1,6 Mton CO2 moeten besparen. Techniek speelt daarin een belangrijke rol.

Lees verder