Dairy Show en Process Expo in Chicago laten kansen zien voor Nederlands bedrijfsleven

2015, 31 mei

6 minuten lezen

20150531 IDS FPSA IB ChicagoNOM, Ontwikkelingsmaatschappij Flevoland en GMV vertegenwoordigen ‘BV Nederland’ op grote beurs over voedselverwerking

De Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij (NOM), de Ontwikkelingsmaatschappij Flevoland en de GMV (branchevereniging voor fabrikanten van machines voor de voedingsmiddelenindustrie) gaan het Nederlandse bedrijfsleven promoten tijdens de International Dairy Show, de Process Expo en de InterBev Process. De gecombineerde vakbeurzen voor producenten van machines voor de foodprocessing wordt van 15 tot en met 18 september gehouden in het Amerikaanse Chicago. Het Nederlandse consulaat heeft daar een stand gehuurd en vroeg de drie samenwerkende partijen om te zorgen voor betrokkenheid van het bedrijfsleven. Ze vinden dat de beurs de kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven laat zien.

De beurzen worden mondiaal gezien als de grootsten in hun soort. Het Nederlandse consulaat in Chicago nam het initiatief om te investeren in een beursstand onder de Holland branding. Ze doen dat omdat het Nederlandse bedrijfsleven tot dusver slecht vertegenwoordigd is op de beurs, terwijl er op het gebied van foodprocessing, zeker in de zuivelindustrie, flinke kansen liggen. “Natuurlijk hoop je dat bedrijven in de voedselverwerking zelf naar Chicago afreizen, maar wij kunnen ook voor hen het verhaal van de ‘BV Nederland’ doen. Samen met de NOM en Ontwikkelingsmaatschappij Flevoland zorgen we als GMV voor de inhoud. Bedrijven kunnen hun informatie en materiaal aan ons meegeven en dit kosteloos op de stand door ons te laten presenteren. We zijn als het ware hun vertegenwoordigers en leggen op deze wijze het eerste contact”, legt Joep de Vries, foreign investment manager bij de NOM, uit.

“De beurs Process Expo is interessant voor alle Nederlandse bedrijven die zich bezighouden met productie van machines voor de voedselverwerking”, zegt Âne Papma, manager Foreign Direct Investment van de  Ontwikkelingsmaatschappij Flevoland. De Dairy Show richt zich nadrukkelijk op de zuivelsector. “Eigenlijk is Nederland zuivelland nummer één en dus móeten we er aanwezig zijn”, zegt Marcel van Haren van GMV, dat gelieerd is aan de FME, de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie.

Volgens de NOM wordt ongeveer 35 procent van de Nederlandse melkplas geproduceerd in de drie noordelijke provincies. En zelfs 65 procent van alle Nederlandse melk wordt in het Noorden verwerkt. Daarnaast werkt de Universiteit van Wageningen op het gebied van onderzoek heel nauw samen met de Dairy Campus in Leeuwarden. “Het geeft aan dat ‘dairy’ voor het Noorden een groot speerpunt is”, zegt Joep de Vries. “Wij richten ons dan ook vooral op de Dairy Show.”

De Vries wil in Nederland meer buitenlandse leveranciers van apparaten die zuivel kunnen verwerken. En andersom hoopt hij op de beurs ook in gesprek te komen met partijen die gebruik willen maken van de kennis en kunde van de Nederlandse bedrijven. “We richten ons dus vooral op het procesdeel. We moeten daar laten zien waar we als Nederlanders goed in zijn. We staan aan de top en hebben met alle onze kennis op het gebied van water nog een extra troef, want melk bestaat voor ruim 80 procent uit water. Op de Watercampus bij Wetsus wordt onderzocht welke technieken kunnen worden ingezet in de zuivelsector. Wellicht dat we contacten opdoen die zorgen voor kruisbestuiving.”

De NOM en Ontwikkelingsmaatschappij Flevoland hopen daarnaast in Chicago een aantal leads binnen te kunnen slepen. Door onze kwaliteiten te tonen trek je ook de interesse van buitenlandse bedrijven voor de Europese markt en krijg je aandacht voor  het potentieel van Nederland als vestigingsplaats.  Het hoogste doel is echter om het netwerk tussen Nederland en de food processing sector, zoals bijvoorbeeld in de zuivel, in de rest van de wereld te versterken. “Dat leidt tot betere kansen voor onze export. Kansen liggen er zeker en Nederland heeft met alle kennis absoluut een toegevoegde waarde”, vinden ze.

Marcel van Haren van de GMV onderschrijft het belang van de Dairy Show. “En eigenlijk moet ik zeggen dat we – afgezien van de beursstand van het consulaat – gewoon ontbreken op de Dairy Show. Dat terwijl die beurs voor de Noord-Amerikaanse markt heel belangrijk is”, zegt hij. “Canada en de VS richten zich meer en meer op zuivel en Nederland moet daar op inspelen. We hebben wereldwijd gezien de grootste en beste bedrijven. Die zitten ook in onze achterban en we proberen al die bedrijven te motiveren om toch naar de beurzen in Chicago te gaan.”

Van Haren snapt dat er meer beurzen zijn op het gebied van ‘dairy’ en dat de Amerikanen tevens een flinke vergoeding vragen voor een stand. “Daarom zijn we blij met het initiatief van het consulaat. We hebben daarmee toch een thuisbasis voor Nederlanders die de beurs gaan bezoeken. Ik hoop uiteindelijk dat binnen onze achterban vijf bedrijven gaan aanhaken en zich in de stand laten vertegenwoordigen. Mocht blijken dat er op de beurs wat te halen valt, dan hoop ik uiteindelijk dat we bij de volgende editie een groter ‘Holland-paviljoen’ kunnen neerzetten. We zijn dat aan onze stand verplicht!”

De Ontwikkelingsmaatschappij Flevoland zal zich in september voornamelijk richten op de Process Expo. “Deze beurs is voor bedrijven in de foodprocessing wereldwijd toch wel de ‘place to be’. Niet voor niets zijn verschillende grote partijen aanwezig, maar er zijn nog veel meer bedrijven die zich bezighouden met het maken van machines voor de foodprocessing. Juist voor de wat kleinere bedrijven bieden we met deze stand een mooie formule. Bedrijven uit de regio kunnen zich op een  makkelijke manier, door bijvoorbeeld een folder of brochure mee te geven, aan de wereld tonen. De bezoekers daar zijn altijd op zoek naar noviteiten en nieuwe kansen. Wij hebben voldoende expertise om eerste vragen te beantwoorden, daarna zullen we geïnteresseerde bedrijven zo snel mogelijk met elkaar in contact brengen.

“De hele wereld komt naar Chicago en dat maakt de beurs zo interessant”, vindt Papma. “We zien kansen om onszelf te profileren als een goede handelspartner en hopen daarnaast contacten op te doen die er uiteindelijk toe leiden dat we buitenlandse investeerders naar Nederland kunnen halen. Maar belangrijk is dat kleine en grote bedrijven gaan aanhaken. We moeten er wel een verhaal kunnen vertellen.”

De NOM,  Ontwikkelingsmaatschappij Flevoland en GMV willen nogmaals benadrukken dat er op de Dairy Show en de Process Expo flinke kansen liggen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Ze nodigen vertegenwoordigers dan ook uit om de stand te gebruiken als thuisbasis. Ondernemers die zelf niet naar Chicago kunnen gaan maar wel vertegenwoordigd willen zijn op één van de beurzen, worden verzocht contact op te nemen, bij de GMV kan dat via Marcel van Haren.

Meer nieuws

GMV
Nieuws

01/09/2020

2 minuten lezen

Het belang van FoodSwitch

Om de economie post-COVID-19 te stimuleren lanceert het kabinet op Prinsjesdag waarschijnlijk een nieuw initiatief: het Groeifonds. De afgelopen maanden is hard gewerkt aan het programma FoodSwitch dat goede kans maakt hieruit te worden gefinancierd. FoodSwitch genereert nieuw verdienvermogen uit de noodzakelijk verduurzaming van de wereldwijde voedselproductie. Deze duurzaamheidsswitch biedt een unieke kans voor het Nederlandse bedrijfsleven.

Lees verder
Leden
Nieuws

27/08/2020

2 minuten lezen

Reintjes Systems ontwikkelt automatische kratten uitvouwmachine

Een automatische kratten uitvouwmachine als arbeids- en tijdsvriendelijke oplossing voor het openvouwen van allerlei soorten kratten. Dat was het idee van Joost Reintjes, eigenaar van start-up onderneming Reintjes Systems. Eind juni 2019 startte Joost met de ontwikkeling van dit zelfbedachte plan. 1 jaar later is Reintjes Systems druk bezig met de realisatie van de eerste verkochte machine aan een gerenommeerde groenteteler.

Lees verder
Leden
Nieuws

26/08/2020

2 minuten lezen

Mki-subsidie om leren en ontwikkelen te stimuleren

Jouw medewerkers zijn de sleutel van het succes van je bedrijf. Daarom is het belangrijk dat zij zich blijven ontwikkelen. Zo blijf je als werkgever aantrekkelijk en blijven jouw medewerkers voorop als de vakmensen van de toekomst. Maar leren is niet altijd makkelijk: onvoldoende tijd, te weinig capaciteit of een gebrek aan geld staat een leven lang ontwikkelen soms in de weg.

Lees verder